dontforget
Geld

De Grote (of juist Kleine) Consuminder Challenge (#1)

26 juni 2018

Ongeveer een jaar geleden maakte ik kennis met het minimalisme, het ‘ontspullen’ en het ‘consuminderen’. Minder spullen zou lekker opruimen, ook in je hoofd. De discipline om een strak spullen-regime te voeren ontbrak nog, dus besloot ik een challenge aan te gaan: één maand lang niets kopen, op de boodschappen na. Is het me gelukt? De afgelopen jaren is de minimalistische levensstijl aan een opmars bezig. Steeds meer aanhangers zweren bij het minder-is-meer principe, de rode draad door minimalistische trends als ‘ontspullen’, ‘consuminderen’ en ‘minimalistisch wonen’. Het minimalisme is ontstaan als tegengeluid op het kapitalisme, de sterk op consumptiegerichte moderne maatschappij en de uit Amerika overgewaaide more-is-better-cultuur. De afgelopen jaren zetten meer en meer mensen vraagtekens bij het nastreven van de materialistische droom die zo diep in de Westerse cultuur ligt verankerd. Bovendien wijzen steeds meer onderzoeken uit dat geld maar in beperkte mate gelukkig maakt en dat ervaringen een grotere bijdrage leveren aan ons welbevinden dan spullen.

Tijd voor een challenge

Nu ben ik zelf nooit erg materialistisch geweest en heeft een huis vol rommel me nooit getrokken. Maar ik kan niet ontkennen dat ook ik mijn guilty pleasures heb en gevoelig ben voor de ontelbare koop-dit-koop-dat-prikkels waaraan we elke dag worden blootgesteld. En hoewel mijn ‘Grote Weggooi en Weggeef Project’ tijdens mijn verhuizing een paar maanden geleden mijn minimalistische geloofwaardigheid al had doen laten stijgen, besloot ik dat het tijd was voor een volgende stap. Hagar (die andere auteur van Moneyou artikelen) en ik bedachten dat het tijd was om onszelf een challenge op te leggen: één maand lang niets kopen, behalve boodschappen.

In week één ging het al fout

‘’Is dit eigenlijk wel een challenge’’, dacht ik nog. Tijdens mijn verhuizing in maart had ik namelijk al op Spartaanse manier afscheid genomen van twaalf vuilniszakken spullen en vier vuilniszakken kleding. Alles wat ik niet echt, écht nodig had, belandde in de vuilcontainer, een kledingcontainer of in de handen van iemand die het wilde overnemen. Na de verhuizing had ik mezelf twee ‘Spartaans-Minimalistische’ regels opgelegd. Eén voor spullen en één voor kleding, mijn maximalistische hobby:

Regel 1 (spullen)Ik koop alleen iets wanneer het écht iets toevoegt aan wat ik al heb en alleen als ik er met grote regelmaat gebruik van ga maken.

Regel 2 (kleding) — Eén item erbij is één item eraf. Met andere woorden: als ik een broek koop, moet ik ook een broek weggooien. Of een trui, of een hemd, of een shirt.

Voor mijn gevoel was ik met deze twee regels tot de tanden bewapend. Met andere woorden, ik stond er lekker naïef in.

Regel twee bleek me al gauw fataal te worden. Want wie regel twee bestudeert ziet al gauw dat die regel op geen enkele manier bijdraagt aan het minder kopen van kleding, mijn achilleshiel als het gaat om minimalistisch leven. Ik kan rustig elke week drie nieuwe items kopen en me hartstikke prima aan regel twee houden, zolang ik ook maar elke week drie items weggooi. Wilde ik deze challenge winnen van mezelf, dan zou ik iets strenger voor mezelf moeten zijn.

In week één, of eigenlijk al in de week voorafgaand aan de challenge, ging het al mis. Ik speelde hartstikke vals. Ik maakte mezelf wijs dat als ik nou vlak voordat de challenge zou beginnen nog snel even drie shirts, twee broeken en een korte broek zou kopen, ik de challenge dan wel zou winnen. Thuis aangekomen keek ik mezelf in de spiegel en zag ik naast mijn nieuwe outfit vooral de valsspeler die de outfit droeg. Really, Tim? Tja. Om mijn morele kompas weer goed te zetten besloot ik om mijn valsspelen dan maar meteen toe te geven, met als consequentie dat ik de challenge had verloren. Eerlijk is eerlijk: het blije gevoel van mijn leuke kleren overwon de teleurstelling die het verliezen van de challenge met zich meebracht.

Verder kocht ik in week één niets, behalve boodschappen. Maar laat ik maar geen credits claimen die ik niet heb verdiend.

In week twee kwam het daardoor een beetje goed

Nog steeds helemaal happy met mijn nieuwe kleding, merkte ik (goh) dat ik in week twee nergens moeite mee had. Nee, heel trots ben ik daar niet op, dat zou vergelijkbaar zijn met een (met alle respect) crackjunk die vlak na een shot zegt dat ‘ie al twee uur niets heeft gebruikt.

De enige noemenswaardige hobbel op de weg was het niet kopen van decoratieve spullen voor in mijn nieuwe huis. Meer planten, meer kaarsen, meer lampen, meer krukjes, dat soort spul. Ik had al planten, kaarsen (een emmer vol), lampen en krukjes, dus laat ik mijn mond maar houden en verder gaan met week drie.

In week drie vergat ik de challenge

Als je een ticket naar London, een Airbnb-appartement en een moederdagcadeautje (een workshop creatief schrijven) niet meerekent, dan ging week drie goed. Niet dat ik bewust met de challenge bezig was. Eerlijk gezegd was ik ‘m zelfs een beetje vergeten. Dat zie ik als iets positiefs en iets negatiefs. Positief omdat ik me blijkbaar zonder moeite hield aan de regels die ik mezelf eerder al had opgelegd, negatief omdat het me blijkbaar niet lukte me nog bewuster te worden van mijn koopgedrag — en er iets aan te veranderen.

Maar goed, geen spullen dus; een weekendje weg kun je niet beetpakken en een workshop ook niet, nog los van het feit dat ik vond dat ik het niet kon maken om mijn moeder te vertellen dat ik geen cadeautje had omdat ik mezelf een of andere challenge had opgelegd.

In week vier ging het weer fout

En daar was het weekendje London. Ik kan er lang en kort over doen, maar het komt erop neer dat ik tijdens dat weekendje ronduit schijt had aan mijn challenge. Ik heb nog gezocht naar een leuk shirt, maar de enige reden waarom ik er geen heb gekocht is dat ik er geen kon vinden. Oja, en ik heb een leuke tekening plus fotolijstje gekocht voor thuis. Zoiets zou na de challenge toch wel een keer gebeuren, dus besloot ik dat het hypocriet zou zijn als ik die aankoop zou uitstellen tot na de challenge. Zeg maar zoals ik vlak voor de challenge nog snel een lading kleding bij elkaar had gehamsterd.

Conclusie: ik ben een ongedisciplineerde minimalist

Laat ik het niet mooier maken dan het is. Wat die challenge betreft heb ik natuurlijk ronduit gefaald. Wel kwam ik tot de conclusie dat ik van mezelf al aardig minimalistisch ben; als je een kijkje in mijn appartement neemt, dan zie je een soort halflege concept store en wie me dagelijks spreekt komt tot de conclusie dat ik eigenlijk maar drie broeken en vier shirts draag. Ok, wel elke drie weken een ander shirt, maar toch. Discipline heb ik wel, want aan mijn eigen twee regels houd ik me zonder er moeite voor te doen. Maar wanneer ik mezelf een extra challenge opleg, merk ik dat ik blijkbaar niet in staat ben om mezelf dingen op te leggen waar ik geen zin in heb. Lang leve het minimale minimalisme.

Tim Daalderop
Stormhoofd, verhalenbeest. Publiceert optimistisch futuristische verhalen over digitaal-innovatieve ontwikkelingen.