dontforget
Lifestyle en Maatschappij

Hoe ik aan de prestatiemaatschappij ontsnapte door naar Madrid te verhuizen

13 juni 2018

Een feest der herkenning vond ik de documentaire Alles wat we wilden van Sarah Domogala. De filmmaakster volgt hierin vier twintigers die allemaal torenhoge verwachtingen van zichzelf hebben. De één is reclameregisseur, de ander modeontwerpster, weer een ander heeft een interessante baan bij een NGO en de vierde is net afgestudeerd aan de kunstacademie. Stuk voor stuk willen ze de beste zijn in wat ze doen. Op papier hebben ze een fantastisch leven, maar ondertussen hebben ze last van enorme faalangst en kampen ze met depressies en angstaanvallen.

Net als Mireille, het meisje uit de documentaire die voor een NGO werkt, vergeleek ik mezelf lange tijd voortdurend met anderen. ‘Ik kijk heel erg naar leeftijden’, vertelt Mireille eerlijk. ‘Zo van, die hebben dat en dat al gedaan, op die leeftijd.’ Ook ik had die neiging. En natuurlijk was er altijd wel een jonger iemand met een beter cv.

Storm aan reacties

Ik bleek niet de enige die zich herkende in de op papier succesvolle, maar ondertussen doodongelukkige twintigers uit de documentaire. Alles wat we wilden werd voor het eerst uitgezonden in 2010 en maakte onder Nederlandse millennials heel wat reacties los. Twintigers en dertigers gaven massaal aan te lijden onder prestatiedruk en keuzestress. De term burn-out was ineens overal. Nog voor je dertigste emotioneel en fysiek opgebrand? Het bleek te kunnen.

De boosdoener zijn we zelf

Nu, acht jaar later, is het alleen maar erger geworden. Een miljoen Nederlanders kampen met een burn-out. En ja, die manifesteert zich op steeds jongere leeftijd. Sterker nog, juist jonge mensen zijn gevoelig voor de druk om voortdurend te presteren en de beste te zijn. Maar liefst honderdduizend Nederlanders onder de 35 jaar hebben last van stressklachten. Nooit eerder was dit aantal zo hoog. Zijn bazen van tegenwoordig zo veeleisend? Nee. De boosdoener zijn we zelf.

We leven in een zogeheten ‘prestatiemaatschappij’, waarin we het gevoel hebben alles constant beter te moeten doen. ‘We zijn ons eigen merk geworden’, staat er in het artikel Prestatiemaatschappij: Gelukkig zijn in een wereld die draait om succes op de Correspondent. ‘In de prestatiemaatschappij werken we hard, niet omdat het moet, maar omdat we het zelf willen. Je hopt van project naar project, bent constant bezig met je positie in de arbeidsmarkt en dient druk en bezet over te komen.’

Druk, drukker, drukst

Ook ik deed mee aan de constante ratrace. ‘Goed. Druk!’, was mijn standaard antwoord als iemand vroeg hoe het met me ging. Hoe het écht met me ging? Daar dacht ik helemaal niet over na. Schrijven voor interessante tijdschriften en kranten was mijn hoogste doel. Daar moest alles voor wijken. Het weekend sloeg ik dan ook vaak over.

Dat ik ondertussen bijkluste met andere — niet journalistiek gerelateerde — bijbaantjes voelde als falen. Het was crisis en er waren tientallen anderen in mijn situatie, maar ik keek alleen naar het handjevol leeftijdsgenoten dat op dat moment wel van hun pen leefde of zelfs al een boek had geschreven. En dat voor hun dertigste. Moest ik niet ook een beetje opschieten?

Burn-out. Wat is dat?

Dat was vier jaar geleden. Inmiddels ben ik eenendertig en terwijl het aantal burn-outs in Nederland alleen maar toeneemt en mijn Amsterdamse omgeving nog steeds de concurrentiestrijd met elkaar aan lijkt te gaan, beheerst de drang om altijd maar meer en beter te presteren niet meer mijn leven. En nee, daarvoor liep ik niet jarenlang bij een psycholoog en schoolde ik me ook niet om tot yogadocent. Wat ik wel deed is verhuizen. Naar een ander land. Spanje.

Laat ik eerst wat misverstanden uit de wereld helpen. Ik woon niet in een dorpje aan zee of in de bergen, maar in de Spaanse hoofdstad: Madrid. Een stad van 3,5 miljoen mensen. De inwoners hier verplaatsen zich met evenveel haast als in Amsterdam en een gemiddelde werkdag hier duurt van tien uur ’s ochtends tot half acht ’s avonds. Madrilenen ervaren dus wel degelijk stress. Maar een burn-out? Daar hebben heel veel mensen, inclusief mijn Spaanse vrienden, hier nog nooit van gehoord. Cijfers over het aantal Spanjaarden dat hier mee te kampen heeft zijn er dan ook niet. Wie in het Spaans googelt op burn-out of de Spaanse equivalent, síndrome del quemado vindt informatie over stress op het werk of burn-outs in bepaalde sectoren, bijvoorbeeld het onderwijs. Maar een fenomeen waar twintigers en dertigers massaal last van hebben omdat ze hoge eisen stellen aan hun leven in het algemeen? Dat lijkt hier niet te bestaan.

Werk is niet meer dan werk

Inmiddels woon ik hier vier jaar en geloof ik dat ik snap waarom de massale burn-out epidemie Spanje tot nu toe bespaard is gebleven. WERK is hier namelijk in de eerste plaats gewoon WERK. Iets wat je doet omdat je in je onderhoud moet voorzien. Natuurlijk is het mooi meegenomen als je je baan leuk vindt, maar wat je doet om de kost te verdienen bepaalt niet wie je bent. De eerste vraag op een feestje is dan ook nooit: ‘Wat doe je’?

Wat gebeurt er als je baan niet langer je identiteit bepaalt? In mijn geval haalde dat een hoop druk van de ketel. Als een artikel dat ik schreef een keer wat minder goed werd ontvangen, voelde het voorheen alsof ik gefaald had als persoon. Maar naarmate ik langer in Madrid woonde, kon ik dat idee steeds meer loslaten. Deels omdat ik steeds minder status ontleen aan mijn werk. Het interesseert mijn Spaanse omgeving namelijk niet voor welke kranten ik wel of niet schrijf en of ik ooit een boek ga schrijven. Dat vind ik eigenlijk wel zo prettig.

Neem een voorbeeld aan de Spanjaarden

Natuurlijk wil ik de situatie in Spanje niet mooier maken dan ‘ie’ is. De jeugdwerkloosheid is hier bijna twintig procent. Ik heb genoeg vrienden die moeite hebben met rondkomen omdat ze geen of een slecht betaalde baan hebben. En dat brengt uiteraard veel stress met zich mee. Maar aan de ratrace waar Nederlandse millennials aan meedoen, hebben ze hier een broertje dood. Ikzelf inmiddels overigens ook. Het gevolg? Ik ben een gelukkiger mens en heb een stuk minder last van faalangst dan vroeger. Doorwerken in het weekend doe ik alleen als het echt niet anders kan. In Nederland ging mijn werk altijd voor. Inmiddels neem ik een voorbeeld aan de Spanjaarden en neem ik mijn vrije tijd net zo serieus. Daar kunnen we in Nederland nog een voorbeeld aannemen.

Hagar Jobse
Verhalenverteller en reisgek. Schrijft graag over millennials, maatschappelijke tendensen en innovatie. Maakt ook radio.