dontforget
Lifestyle en Maatschappij

Millennials VS babyboomers: wat vinden ze écht van elkaar? [deel 2]

8 november 2018

De vooroordelen kennen we allemaal. Babyboomers zijn burgerlijk, vastgeroest en hebben pas net in de gaten wat de impact van het interwebs is. Millennials lopen continu met een smartphone in hun handen, zijn hondsbrutaal en verwachten dat hen alles zomaar komt aanwaaien. Maar wat vinden ze écht van elkaar? En kunnen ze ook iets positiefs over elkaar zeggen?

In dit tweede deel laten we de babyboomer aan het woord, te weten Sieneke de Rooij, front office manager bij AMS-IX en docent creatief schrijven, en Rob van Wijnen, Verlofbegeleider bij Inforsa forensische psychiatrische kliniek.

Sieneke de Rooij

Als front office manager bij de Amsterdam Internet Exchange, spreekt Sieneke dagelijks talloze millennials. ‘Ik ken de vooroordelen over millennials. Zelf sta ik er veel positiever in. Als ik kijk naar de millennials om mij heen, dan zie ik dat ze alles behalve lui zijn. Ze zijn juist extreem ondernemend en onafhankelijker dan mijn generatie ooit is geweest. Millennials zijn niet bang om het avontuur aan te gaan, nieuwe dingen te proberen. Het barst van de jongeren die besluiten een jaar te gaan reizen of na tien jaar carrière maken ineens iets heel anders te gaan doen. Vergelijk dat eens met babyboomers, die veel meer vasthouden aan wat ze hebben, banger zijn om risico’s te nemen.’ 

Volgens Sieneke zit ‘m dat niet per se in generatie, maar in leeftijd. ‘Volgens mij zijn veel van de verschillen tussen millennials en babyboomers, bijvoorbeeld over dat vasthouden aan wat je hebt, grotendeels leeftijdsgebonden. Jonge mensen zijn nu eenmaal meer op de toekomst gericht en hebben minder te verliezen. Oudere mensen hebben al meer opgebouwd en zijn daardoor geneigd daaraan vast te houden.’ 

Het vooroordeel dat millennials maar lui zijn en wachten totdat er weer iets komt aanwaaien, klopt volgens Sieneke niet. Sieneke: ‘volgens mij werken millennials harder dan babyboomers zich ooit hadden kunnen voorstellen. Het beeld dat millennials lui zijn heeft in mijn ogen te maken met onbegrip en onwetendheid. Veel babyboomers kennen de nieuwe manier van werken niet. Snappen niet dat je nu in veel beroepen overal kunt werken en dat je ook thuis bergen met werk kunt verzetten. Ook zien ze niet altijd dat de smartphone behalve om te socializen, ook veel wordt gebruikt om te werken. Bovendien is socializen een belangrijk onderdeel geworden van werk; constant connecten met mensen om je netwerk te vergroten, ook dat is werken. Of dat met een generatieverschil te maken heeft weet ik niet. De wereld is gewoon veranderd, en oudere mensen hebben niet altijd in de gaten wat dat betekent.

‘Ook andersom is er veel onwetendheid’, zo legt Sieneke uit. ‘Veel millennials lijken te denken dat babyboomers hun tijd maar een beetje uitzitten, in hun dikke huis en met hun vette pensioen. Ze realiseren zich daarbij niet dat babyboomers decennia lang keihard hebben gewerkt voor hun pensioen en dat dat pensioen meestal helemaal niet zo vet is. Naar mezelf kijkende, ik ben nog niet eens met pensioen. Ik heb nog helemaal niet gebruik kunnen maken van het potje waar ik al veertig jaar voor heb gewerkt. En daarbij ziet het ernaar uit dat ik, in tegenstelling tot wat mij altijd is beloofd, niet op mijn 65e, maar op mijn 67e of pas op mijn 70e gebruik mag maken van dat potje. Als jongeren dan roepen dat wij babyboomers teveel profiteren en ‘de rekening doorschuiven’ dan maakt dat ons natuurlijk laaiend. Dat we iets moeten doen, de pensioenen beter moeten verdelen, dat is natuurlijk bespreekbaar. Maar dan wel op een manier waarbij rekening wordt gehouden met de bijdrage die wij aan die pensioenen hebben geleverd. Wat dat betreft lijkt het soms alsof millennials denken overal maar recht op te hebben. Dat verwende, dat stuit me weleens tegen de borst. Millennials zijn opgegroeid in een tijd van ongekende welvaart. Welvaart die wij nooit hebben gekend toen wij jong waren. Op vakantie gaan konden we maar zelden en luxeartikelen die nu onbeperkt toegankelijk zijn voor vrijwel iedereen, waren toen nog schaars of bestonden nog niet. De valkuil die daardoor ontstaat, namelijk het idee dat alles vanzelfsprekend is, daar lijken veel millennials in te trappen.’

Dat egocentrische heeft volgens Sieneke ook een positieve kant. ‘Millennials stellen hiërarchie ter discussie en doorbreken autoriteit op een manier die een gezonde maatschappij goed kan gebruiken. Wel denk ik dat ze hard moeten blijven strijden voor de idealen waarvoor wij babyboomers ons in onze jeugd hard voor hebben gemaakt. Gelijkheid tussen mannen en vrouwen, de homoemancipatie en het terugdringen van discriminatie. In het Nederland van nu is dat natuurlijk lastiger geworden doordat we nu te maken hebben met veel verschillende culturen. Maar soms lijkt het alsof we in die strijd zijn ingezakt. Marokkaanse jongeren komen moeilijk aan een stage en ook op de arbeidsmarkt hebben veel immigranten het lastiger dan autochtonen. Dat is een kwalijke zaak. De jonge mensen van nu, de millennials, mogen niet vergeten dat de strijd voor gelijkheid onverminderd moet worden voortgezet, nu meer dan ooit.’

Als ik Sieneke mag geloven, valt het generatieverschil alles bij elkaar opgeteld dus wel mee mee. ‘Het zit ‘m misschien meer in leeftijd en de veranderende wereld. Zolang we ons in elkaar blijven verdiepen, moeite doen om elkaar te begrijpen, dan zullen we dat zelf zien en ervaren.’ 

Rob van Wijnen

Ook Rob heeft in zijn werk dagelijks te maken met millennials. ‘Ik werk in de zorg en werk continu met jonge mensen. Wat mij opvalt is dat zij heel erg bereid zijn om samen te werken, met wie dan ook. Typerend daarin is hun snelle manier van denken en doen. Enerzijds is dat natuurlijk positief, maar soms zit er teveel impulsiviteit in, is het niet doordacht genoeg. Mensen van mijn generatie denken vaak langer na, zeggen iets waar een bepaalde methodiek achter zit. Millennials zijn geneigd meer te improviseren en al doende te ontdekken of iets werkt.’ Volgens Rob speelt leeftijd daarin een rol, maar vormt dat geen sluitende verklaring. ‘Jongere mensen zijn nu eenmaal impulsiever. Toch merk ik dat de manier van denken is veranderd, dat die impulsiviteit niet helemaal verdwijnt wanneer millennials ouder worden. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik daar vooral respect voor heb. Millennials kijken naar de wereld om hun heen en trekken een eigen plan. Het mooie daarvan is dat de wereld daar gevarieerder door wordt. Aan mijn kinderen zie ik dat ook. Zij zijn een moderne variant van mij geworden, een variant die misschien wel een ‘plusplus-variant’ te noemen is. Ze zijn sneller, doen en denken sneller dan ik.’

Wel worden de generatieverschillen kleiner naarmate millennials ouder worden, denkt Rob. ‘In de fase van adolescentie, en zeker wanneer ze zelf kinderen krijgen, ontstaat er meer overlap tussen babyboomers en millennials. Ze worden wat serieuzer en minder impulsief. Ik ben ervan overtuigd dat die verschillen nog kleiner worden naargelang ze onze leeftijd naderen. Er zijn nu eenmaal vaste routes in het leven die we allemaal volgen, ongeacht de generatie waartoe we behoren. De valkuil die achter die impulsiviteit schuilt, chaos en het gebrek aan balans, zal daarmee steeds kleiner worden.’ Rob gelooft dat we daardoor dichterbij elkaar zullen komen. ‘De dialoog tussen de verschillende generaties, in dit geval die tussen de babyboomer en de millennial, zal daarmee steeds gemakkelijker worden.’

Ook gevraagd naar de pensioenen en de verdeling van die pensioenen staat Rob positief tegenover millennials. ‘De pensioenen, eigenlijk is het een soort spaarrekening. En het zou fatsoenlijk zijn, en belangrijk, om meer te nivelleren, de spaarrekening gelijker te verdelen over jong en oud. Om dat te bereiken moeten we meer met elkaar praten. Daardoor zullen we elkaar beter begrijpen en bereid zijn elkaar wat te gunnen. Want de verschillen zoals die nu zijn, zijn te groot. Jongeren houden straks te weinig over als het zo doorgaat.’ 

Dat millennials brutaal zouden zijn, daar kan Rob zich niet in vinden. Sterker nog, dat vindt hij eigenlijk wel positief. ‘Ze zijn energiek en gemotiveerd, blazen hoogsten weleens te hoog van de toren. Maar onze samenleving heeft dat nodig. De ‘brutale’ millennial vormt de turbomotor achter onze maatschappij. Daar is een zeker lef voor nodig. Wij babyboomers zouden dat wat meer moeten waarderen. Bovendien, zijn ‘we’ soms brutaler dan de millennials. De manier waarop veel babyboomers naar millennials kijken, daar zit een zekere spot in. De ideeën van millennials worden dan gerelativeerd en in de kiem gesmoord. Dat is zonde. Ook in de zorg zie ik dat, met nieuwe therapieën. Babyboomers staan daar soms onnodig sceptisch tegenover. Terwijl de samenwerking tussen babyboomers en millennials daarin zo mooi kan zijn. Wanneer we naar elkaar luisteren, kunnen ideeën beter worden gedragen. Dan levert het generatieverschil juist een voordeel op.’

Tim Daalderop
Stormhoofd, verhalenbeest. Publiceert optimistisch futuristische verhalen over digitaal-innovatieve ontwikkelingen.