Vaste of variabele hypotheekrente

Over je hypotheek betaal je rente. Je kunt daarbij kiezen tussen een vaste of variabele rente. Wat is verstandig? Je beslissing hangt onder meer af van de vraag hoeveel zekerheid je wilt en wat financieel voor jou verantwoord is. Ga je voor een vaste rente, dan beslis je ook hoe lang je de rente vastzet. Dit noemen we de rentevastperiode.

De belangrijkste kenmerken op een rij

Bekijk de verschillen tussen een vaste rente en variabele rente. Zo kun je een goede keuze maken.

Vaste rente

  • Je betaalt tijdens een van tevoren afgesproken periode hetzelfde rentepercentage.
  • Je weet tijdens de rentevastperiode precies wat je per maand kwijt bent aan je hypotheek.
  • Je hebt geen last van rentestijgingen, maar profiteert ook niet van rentedalingen.
  • Je kunt de rente voor 1, 5, 10, 15, 20 of 30 jaar vastzetten. Daarbij geldt meestal: hoe langer de periode, hoe hoger het rentepercentage.

Variabele rente

  • De rente kan elke maand veranderen*.
  • Daalt de rente, dan dalen ook je maandlasten. Stijgt de rente, dan stijgen ook je maandlasten. Je moet dus zeker weten dat je een stijging van de maandlasten kunt opvangen.

*Let op: een variabele rente kan stijgen. Je hebt geen zekerheid over de hoogte van de rente. Het bedrag dat je iedere maand betaalt kan veel hoger worden. Daardoor kan het zijn dat je je maandlasten niet meer kan betalen.

Hoe lang zet je de rente vast?

Je wilt een vaste rente, maar welke rentevastperiode kies je nu? Dit kun je in je overwegingen meenemen:

  • De termijn waarop je zekerheid wilt over je maandlasten. Hoe langer je de rente vastzet, hoe langer je zekerheid hebt over je maandlasten.
  • De verwachting of de rente gaat stijgen of dalen. Verwacht je een rentestijging, dan kun je kiezen voor een langere rentevastperiode. Denk je dat de rente gaat dalen? Kies dan voor een kortere.